Executieve functies 

Executieve functies zijn vaardigheden die mensen nodig hebben om taken effectief uit te voeren en problemen op te lossen. Deze vaardigheden leren we al van jongsaf aan. Deze functies zijn aansturend en controlerend voor je hele doen en laten. Ze beïnvloeden je gedrag en je leren. Die aansturing gebeurt grotendeels onbewust. Deze executieve functies bepalen mede (en misschien wel vooral) je succes op school.

We onderscheiden de volgende 11 executieve functies:

  1. responsinhibitie: Het vermogen om na te denken voordat je iets doet
  2. werkgeheugen: De vaardigheid om informatie in het geheugen te houden bij het uitvoeren van complexe taken
  3. emotieregulatie: het vermogen om emoties te reguleren om doelen te realiseren, taken te voltooien of gedrag te controleren
  4. volgehouden aandacht: de vaardigheid om aandacht te blijven schenken aan een situatie of taak, ondanks afleiding, vermoeidheid of verveling.
  5. taakinitiatie: het vermogen om zonder dralen aan een taak te beginnen, op tijd en efficiente wijze.
  6. planning/priotisering: de vaardigheid om een plan te maken om een doel te bereiken of een taak te voltooien.
  7. organisatie: het vermogen om systemen te ontwikkelen en te onderhouden om op dehoogte te blijven van informatie of benodigde materialen.
  8. timemanagement: de vaardigheid om in te schatten hoeveel tijd je hebt, hoe je deze het beste kunt verdelen en hoe je een deadline moet halen.
  9. doelgericht gedrag: het vermogen om een doel te formuleren, dat te realiseren en daarbij niet afgeleid of afgeschrikt te worden door tegengestelde belangen.
  10. flexibiliteit: de vaardigheid om plannen te herzien als zich belemmeringen of tegenslagen voordoen, zich nieuwe informatie aandient of er fouten gemaakt worden.
  11. metacognitie: het vermogen om een stapje terug te doen om jezelf en de situatie te overzien, om te bekijken hoe je een probleem aanpakt.

Ofwel:

  • nadenken voor je iets doet (impulsief gedrag)
  • het uitvoeren van (complexe ) taken
  • emoties onder controle te houden (woede, angst, verdriet)
  • concentratie, je kunnen richten op één ding
  • taakgerichtheid, het beginnen van een taak
  • plannen en daarbij weten wat belangrijk is om eerst te doen
  • het organiseren van taken zoals je huiswerk
  • omgaan met tijd, weten wanneer je huiswerk af moet zijn, geleerd moet zijn, tijdsbelang
  • een doel stellen en daaraan werken
  • aanpassen aan omstandigheden, fouten durven maken
  • aanpak van problemen, kritisch naar jezelf durven kijken